Geen redenen voor handhaving

Geen redenen voor handhaving (22.10.2014)

Legitieme reden om thans niet tot handhaving van de schietboom en kogelvanger over te gaan ontbreken, aldus de bezwaarvoerders. Het simpelweg indienen van een nieuwe aanvraag (terwijl de oude aanvraag nog openligt) en doen van nieuw onderzoek, is onvoldoende als redenen te nemen dat concreet zicht op legalisatie is van de schietboom met kogelvanger en voor de voorzieningen.
Geen redenen voor handhaving
Resultaat van de besluiteloze houding van het college betekent dat zij nu maximaal 42 dagen dwangsommen mag verbeuren. Ook is als gevolg van het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om handhaving beroep ingediend bij de rechtbank Limburg over het niet tijdig beslissen cq. tegen de afwijzing om tot handhaving over te gaan.

Betreft:verzoek handhaving schietboom met kogelvanger en voorzieningen An Mhaerboam te Mheer
(Lees verder...)


Geacht college,
Op 24 juni 2014 heb ik namens mijn cliënten, XXXXXXXXXXXXXXXXX een verzoek om handhaving ingediend i.v.m. de zonder vergunning aanwezige schietboom met kogelvanger evenals de daarvoor aangebrachte voorzieningen (hekwerk, beplanting, toegangsweg, hekwerk etc.).
Bij schrijven van 30 september 2014 heb ik uw college in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig beslissen op dit verzoek. U had gelegenheid alsnog binnen 2 weken, derhalve uiterlijk 14 oktober 2014, een besluit op het verzoek om handhaving te nemen.
Bij schrijven van 9 oktober 2014 (uw kenmerk: 14U0005329) bericht u ondergetekende dat u voornemens bent het verzoek om handhaving af te wijzen en stelt u cliënten in de gelegenheid op dit voornemen binnen twee weken na verzenddatum van de brief een zienswijze kenbaar te maken.
Vaststaat dat u na de ingebrekestelling niet alsnog tijdig heeft beslist op het verzoek om handhaving van 24 juni 2014. U verbeurt thans een dwangsom voor elke dag dat u in gebreke blijft, voor ten hoogste 42 dagen.
Ik verzoek u de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vast te stellen binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was (artikel 4:18 Awb).
U kunt dit bedrag overmaken op rekening van DAS, het rekeningnummer treft u onderaan het briefpapier aan.
Tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om handhaving van 24 juni 2014 zal beroep worden aangetekend bij de sector bestuursrecht van de rechtbank Limburg.
Inhoudelijk wordt ten aanzien van uw schrijven van 9 oktober 2014 en de geboden gelegenheid een zienswijze in te dienen het volgende opgemerkt.
Bij uitspraak van 20 februari 2014 heeft rechtbank Oost-Brabant de beroepen tegen de beslissingen op bezwaar m.b.t. de omgevingsvergunning voor de schietboom met kogelvanger gegrond verklaard, de beslissing op bezwaar van 5 juni 2012 vernietigd, de bewaren tegen het primaire besluit van 19 december 2011 gegrond verklaard en dit besluit herroepen en het besluit van 14 mei 2013 vernietigd en herroepen voor zover aan vergunninghoudster een vergunning is verleend voor het plaatsen van een schietboom met kogelvanger.
Dit had tot gevolg dat uw college een nieuw besluit zal moeten nemen op de door vergunninghoudsteringediende aanvraag, met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank, in het bijzonder over hetgeen hierboven is overwogen met betrekking tot de ontbrekende gegevens in het aanvullende akoestisch onderzoek. De rechtbank zag geen aanleiding om u nogmaals gelegenheid te bieden de gebreken te herstellen. Uw college heeft tot twee keer toe deze gelegenheid gehad maar is hierin niet geslaagd.
Thans bericht u ondergetekende dat de Schutterij Sint Sebastianus op 22 september 2014 een aanvraag omgevingsvergunning heeft ingediend ten behoeven van het oprichten van een schietboom met kogelvanger.
De Schutterij heeft al reeds een omgevingsvergunning aangevraagd, namelijk die aanvraag die na de uitspraak van de rechtbank weer openlag. Waarom derhalve (nogmaals) een aanvraag indienen?
Uw college maakt eenvoudigweg melding van een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Witteveen en Bos op 17 april 2014 en dat de gronden in acht zijn genomen die de rechtbank in de uitspraak van 20 februari 2014 heeft aangedragen.
Omdat u tot tweemaal toe niet bent geslaagd de met betrekking tot het akoestisch onderzoek ontbrekende gegevens te herstellen, is er voor cliënten onvoldoende grond aanwezig te veronderstellen dat u, met een bij hen niet bekend zijnd onderzoek van 17 april 2014, daartoe wel geslaagd zou zijn.
Er is thans geen sprake van concreet zicht op legalisatie omdat er onvoldoende grondslag aanwezig is om te kunnen oordelen dat het bouwwerk vergund zou kunnen worden. Het simpelweg indienen van een nieuwe aanvraag (terwijl de oude aanvraag nog openligt) en doen van nieuw onderzoek, is daartoe absoluut onvoldoende.
Tegen de omgevingsvergunning voor het legaliseren van een hekwerk rondom de schietboom
met kogelvanger is bezwaar aangetekend. Tot op heden heeft uw college niet op dit bezwaar beslist.
De groenafscheiding dan wel erfafscheiding zijn aangebracht en een toegangsweg is aangelegd ten behoeve van een gebruik dat op basis van het bestemmingsplan niet is toegestaan. Dat dergelijkevoorzieningen binnen de bestemming ‘agrarisch met waarden’ zouden zijn toegestaan, doet daaraan niet af.
Als er geen concreet zicht op legalisatie is van de schietboom en kogelvanger dan ook niet voor de voorzieningen t.b.v. die schietboom.
Kortom er is geen enkele legitieme reden om thans niet tot handhaving van de schietboom en kogelvanger over te gaan. Cliënten is altijd tegen geworpen dat e.e.a. makkelijk kan worden hersteld, dat kan andersom uiteraard ook richting vergunninghoudster worden aangegeven.
Zorg eerst maar voor een daadwerkelijk vergunde situatie, de schietboom kan tot die tijd eenvoudigweg in elk geval worden weggehaald. Hij mag ook immers al deze tijd ook al niet in gebruikzijn.
Ik ga er vanuit u met vorenstaande voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
(hier informatie sluiten)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *