Bestemmingsplan

bestemmingsplan ‘maatschappelijk’ – schutterij

In de oude bestemmingsplannen zijn de LTS- locaties de bestemming ‘Bijzondere doeleinden’ toegekend. Met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moeten tot op 1 juli 2013 er voor het gehele grondgebied van een gemeente geactualiseerde bestemmingsplannen gelden. In het kader van deze actualisatie van een bestemmingsplan worden bestaande schutterij-activiteiten in het nieuwe bestemmingsplan ondergebracht in de bestemming ‘maatschappelijk’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – schutterij’. Daarbij moet rekening gehouden worden met de in de VNG-brochure opgenomen afstanden tussen de woningen en het perceel van de schutterij. Voorts moeten er voorschriften mbt de gelimiteerde gebruiksduur van de schutterij en de geluidsoverlast op woningen geëvalueerd worden.

bestemmingsplan buitengebied

De gemeente is verplicht een bestemmingsplan voor het gebied binnen haar gemeentegrenzen op te stellen en deze al naargelang veranderde omstandigheden te actualiseren. Dit kunnen overigens meerdere plannen zijn, voor zowel de bebouwde gebieden (kernen) als het buitengebied. Het buitengebied is het gebied gelegen buiten de bebouwde kom (de kernen). Veelal wordt hiermee bedoeld het agrarische (open) gedeelte en natuurgebieden van een gemeente. Het gebied geniet vaak bijzondere bescherming door allerlei planologische maatregelen. In deze gebieden mogen doorgaans geen bouwactiviteiten plaats vinden.
Maar juist in deze gebieden aan de rand van de bebouwde kom worden tegenwoordig vele schutterijen “verbannen” of hebben van oudsher daar hun schietlocatie. Daarbij is hun oude of nieuwe situering vaak op geen of tenminste een gebrekkige belangenafweging van geldende voorschriften gebaseerd. Deze vinden uiteindelijk hun neerslag in het bestemmingsplan. Maar bij het doorlopen van de verplichte vijf stappen procedure tot het vaststellingsbesluit kunnen belanghebbende burgers hun reactie, zienswijze en een beroepschrift bij de Bestuursrechtspraak van de Raad van State inbrengen .
Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en de bijbehorende regels (voorschriften) alsmede een toelichting. Op de verbeelding staan bestemmingsvlakken. Deze vlakken geven aan welk stuk grond voor welke doeleinden is bestemd. In de regels staat een nadere omschrijving van deze doeleinden, de bouwvoorschriften en de gebruiksvoorschriften.

bestemmingsplan herziening

Bestemmingsplannen moeten binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, opnieuw worden vastgesteld. De nieuwe Wro kent wel de mogelijkheid van een verlengingsbesluit voor nog eens 10 jaar als een gemeenteraad van mening is dat zich in de afgelopen 10 jaar geen nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan en het bestemmingsplan dus nog steeds actueel is. Het is mogelijk een binnenplanse ontheffing en een tijdelijke ontheffing te verlenen. Ook een “buitenplanse” ontheffing is mogelijk (conform de oude artikel 19-vrijstelling WRO).
Het bestemmingsplan is een bindend plan voor zowel de overheid als ook voor de burgers maar iedereen kan bij de gemeenteraad een verzoek tot herziening van het bestemmingsplan indienen.

Procedure bestemmingsplan

 • Aanleiding
Het college van burgemeester en wethouders geeft opdracht voor het maken van een nieuw bestemmingsplan of voor het herzien van (een deel van) een bestaand bestemmingsplan.

•Voorontwerp bestemmingsplan
Voordat een bestemmingsplan wordt opgesteld, wordt naar het gebied onderzoek gedaan in de archieven en een kijkje genomen in het gebied zelf. Deze resultaten worden geanalyseerd en vormt samen met het door de gemeente (of de hogere overheid) vastgesteld beleid de visie voor het gebied.
Het voorontwerp kan zes weken ter inzage gelegd worden. Dit is afhankelijk van het bestemmingsplan. Tijdens deze zes weken kan iedereen bij het college van burgemeester en wethouders een inspraakreactie over het voorontwerp kenbaar maken. Deze reacties worden in een inspraakverslag samengevat. Degene die hebben gereageerd, krijgen een brief waarin staat wat er met hun reactie is gebeurd. In de brief staat ook informatie over het vervolg van de procedure.

•Ontwerp bestemmingsplan
De resultaten van de inspraak worden samen met de resultaten van overleg met provincie en andere maatschappelijke instanties verwerkt in het bestemmingsplan. Dit ontwerp bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Men kan binnen deze periode het plan inzien en bij de gemeenteraad de zienswijzen (mening) indienen.

•Vaststelling bestemmingsplan
De gemeenteraad moet het bestemmingsplan binnen twaalf weken, nadat het plan ter inzage heeft gelegen, vaststellen.

•Beroep bestemmingsplan
Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad, moet het plan opnieuw zes weken ter inzage worden gelegd. Wanneer men het niet eens bent met het vaststellingsbesluit kan men als belanghebbende binnen deze zes weken beroep aantekenen bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag.

…. lees hier verder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *