Geluidshinder


(4) Geluidshinder

An Mhaerebaom

Situatie omtrent geluidhinder…
De mate waarin iemand last heeft van geluid, geluidshinder geleeft, is afhankelijk van het geluidsniveau. De Europese Unie (EU) heeft in 2002 de Richtlijn omgevings-lawaai uitgevaardigd. De Nederlandse overheid is momenteel halverwege met het vaststellen van de geluidsbelasting-
kaarten en druk bezig de geluidsmaat Lden in te voeren. De geluidsmaat Lden staat voor Level day-evening-night. Geluidsoverlast ’s avonds en ‘s nachts wordt volgens deze meetmethode zwaarder gewogen dan geluidsoverlast overdag. Om het Lden binnen een gebied te bepalen wordt het geluids-niveau gedurende een jaar gemeten. of gelijk aan de etmaalwaarde.
Een belangrijk verschil met de huidige Nederlandse praktijk is dat de equivalente geluidniveaus het jaargemiddelde betreffen. In bijvoorbeeld de Handleiding meten en rekenen Industrie-lawaai wordt etmaalperiode beschouwd. De Europese methode kan dus lagere waarden voor het equivalente geluidniveau opleveren.
Er wordt gestreefd naar een beleidsneutrale introductie van Lden. Geheel neutraal is echter niet mogelijk, in individuele gevallen kan het tot een strengere of soepeler norm leiden.Dit betekent dat getallen moeten worden aangepast. In de handreiking Limburgs Traditioneel Schieten wordt de formule: Lknal ≤ ½ * Lomg + 50 berekend door Lknal te relateren aan Lomg (omgevingsgeluid). De waarden voor Lomg kunnen worden bepaald op basis van de omgevingstypologie.
Omgevingstypologie Lomg,etm
Landelijk gebied / weinig, geen verkeer ….. 40 dB(A)
Verspreide bebouwing / beperkt verkeer …. 45 dB(A)
Woonwijk / verkeer …………………………… 50 dB(A)
De waarden voor Lomg in de avondperiode zijn 5 dB(A) lager.
Hetgeen betekend in de avonduren voor de omgeving van de te plaatsen schietterrein Mheer: Lomg. = 45 dB(A) en Lknal ≤ 72.5 dB(A).
Deze Lknal waarde zal gebruikt worden om van de via meting of berekening verkregen geluidswaarden in dB(A) tijdens het schieten met een Traditioneel Limburgse buks te compenseren.
De voorgeschreven toetsingswaarde voor Lknal in de avonduren zal lager moeten zijn gelet op de resultaten van de meetmethode voor het referentieniveau Lden.
Een verdere belangrijkste wijziging van de geactualiseerde Handreiking Limburgs traditioneel schieten ten opzicht van de oorspronkelijke versie is dat het zogenaamde Lr (herhaald hoorbare knallen) is komen te vervallen. Op basis van de aanbeveling uit het rapport ‘Hinderbelevingsonderzoek Traditioneel Schieten in Limburg’ is in de plaats daarvoor een limiet gesteld voor het aantal schoten per uur (t.w. maximaal 120 schoten per uur). Maar dit is eerder op rechterlijke uitspraak (Nr.200606959/1Schinnen) terug te voeren: “De normering voor het Lr (herhaald hoorbare knallen) in de Handreiking is echter niet gebaseerd op een deugdelijk onderzoek naar de dosis-effect relatie.”
In de het rapport ‘voorlopige evaluatie van de geluidshinder van schietinrichtingen’ (BG-HR-10-01) is hen tegen te lezen:
“Bij de beoordeling van Lr tov de grenswaarde over het achtergrond wordt adviseert, zeker voor woonomgevingen, om de grenswaarde niet hoger te stellen dan 45 dB(A), zie §6.3.5. Dit advies betreft knallen van zware vuurwapens of, iets algemener, situaties waarin het knallen per dag kleiner is dan ongeveer 100.”
Bij de beoordeling van schietgeluid is de schotfrequentie wel degelijk van belang. Terwijl bij een halvering van de schot-frequentie het niveau van Lr om 3dB(A) verminderd blijft het niveau van Lknal uiteraard gelijk.

Indicatieve berekeningen met ‘Acoustishot’
Deze stelling wordt eveneens bevestigt door toepassing van het rekenmodule Rekenprogramma ‘Acoustishot’ via de “website” van “ De Maestrichtsche DienstDoende Stadsschutterij 1815”.
Met ‘Acoustishot’ kunnen indicatieve berekeningen ten aanzien van het aspect geluid worden uitgevoerd die een indicatie geven van de haalbaarheid in relatie tot te treffen maatregelen en waarmee mogelijke locatievarianten op dit aspect kunnen worden vergeleken. Na raadpleging van dit rekenmodule blijkt dat iedere verhoging van het aantal schoten of een verlaging van de afstand tot de dichtbijgelegen woning tot een over-schrijding van de aanbevolen geluidsnormen leidt “(meer informatie).”
Blijkbaar voldoende redenen voor het gezag om er geen gebruik van deze expert-module voor de beoordeling van geluidbelasting en geluidshinder te maken.

Facit: De relatie van het aantal herhaald hoorbare knallen en hun invloed op de dosiseffect spelen uit praktische overwegingen geen directe rol meer bij de tegenoverstelling van het schietgeluidsniveau en het achtergrondgeluid. Daardoor wordt een vertekend geluidsbeeld voor de omwonenden gecreëerd en onvoldoende rekening gehouden met de hoogte van de dosis- en schrikeffect.

Wanneer hebben omwonenden eigenlijk last van schietgeluid?
Bij deze vraag gaat het vooral om de relatie tussen subjectieve waarneming (psychologie) en objectieve natuurkundige aspecten (akoestiek) van de klank. De Psychoakoestiek is de wetenschap die zich bezighoudt met hoe mensen geluid waarnemen en geluidshinder beleven.
Geluid, dat bestaat uit drukgolven in de lucht, kan exact gemeten worden met geavanceerde meettechnieken. Het begrijpen van de manier waarop deze geluidsgolven worden opgevangen in het oor, en hoe ze worden omgezet in gedachten en waarnemingen in de hersenen is echter niet makkelijk.
De waargenomen geluidssterkte verloopt niet lineair maar logaritmisch (een bijv. 4 keer zo hoge geluidsdruk wordt als 2 keer zo hard gehoord), daarom wordt voor de afbeelding van geluidsdruk de logaritmische decibel , de dB(A) schaal gebruik.. Hard, zacht, luid, zwak zijn allen subjectieve benamingen van het natuurkundige begrip, geluidssterkte.
De nadelige uitwerkingen van geluid op de mens kunnen worden opgedeeld in zogenaamde auditieve effecten (gehoorschade en –verlies) en niet auditieve effecten (overige, niet audio-destructieve gevolgen). Onder niet auditieve effecten wordt verstaan: spraakverstoring, slaapverstoring, cardiovasculaire en psychologische effecten, effecten op de geestelijke gezondheid, effecten op het uitvoeren van taken en hinder. Uit onderzoek blijkt echter dat meest voorkomende niet auditieve effect van geluidbelasting uit ‘hinderbeleving’ bestaat. Specifiek of niet, hinder wordt aangemerkt als indicator voor de kwaliteit van de leefomgeving. Ergernis en Stress zijn psychologische effecten diens mate hangt af van hoe lang de schietgeluiden aanhouden, met welke tussenpozen zij optreden en welke frequentie zij hebben. De irritatie of stress door geluidshinder zal per persoon op basis van de subjectieve omstandigheden variëren. Het is niet mogelijk om ergernis, irritatie of stress te meten en dit te relateren aan het overschrijden van specifieke geluidsniveaus.

Laagfrequent geluid
Geluiden met een frequentie beneden de 100 Hertz noemen we laagfrequent geluid (afgekort tot: LFG). Laagfrequent geluid is geluid dat je niet alleen hoort maar ook voelt. Sommige mensen zeggen het laagfrequent geluid in hun maag of ledematen te voelen.
Een andere eigenschap van laagfrequent geluid is dat de grote golflengten als het ware ‘aansluiten’ bij constructieve eigen-schappen van wanden en vloeren. Een vuistregel om te bepalen of er sprake is van laagfrequent geluid is het meten van het verschil tussen het dB(A) en dB(C) geluidsniveau. Als het verschil groter is dan 20 dB dan zijn er lage tonen in het geluidsspectrum aanwezig.
Het geluidsniveau van een enkele knal, waarbij schrikeffecten optreden, is afhankelijk van het achtergrondgeluidsniveau. Ongeacht de hoogte van het achtergrondgeluid zullen er altijd schrikeffecten optreden wanneer het niveau hoger is dan 75 dB(A). Bij hogere geluidsniveaus kunnen schrikeffecten bij het schietlawaai aanleiding geven tot afwijking van de algemene dosiseffect relatie.
Er is in Nederland geen wettelijk beoordelingssysteem voor laagfrequent geluid vastgesteld. Wel zijn er diverse criteria die in Nederland worden gehanteerd. De bevoegde gezag kan in het kader van hun bestuurlijke beoordelingsvrijheid zelf een keuze maken uit de voorhanden zijnde beoordelingscriteria.

Lawaai
Gehoorbeschadigingen beginnen bij geluidssterktes hoger dan 70 dB voor een lange en frequente blootstelling. Geluidssterktes die buiten voorkomen en hoger zijn dan 70 dB zorgen meestal voor uitgebreide klachten van bewoners. Ongewild ontvangen geluid wordt vaak als lawaai gedefinieerd. Meestal is dat geluid dat te hard is, waarbij men zich niet meer comfortabel voelt, of geluid dat als irritant ervaren en bovendien nog als afleidend beleeft wordt. Als mensen regelmatig aan te veel en te hard lawaai worden blootgesteld, heeft dat gevolgen voor de gezondheid. Men kan langzaam doof worden, een te hoge bloeddruk krijgen of last van het hart en andere kwalen. Te veel geluid heeft niet alleen lichamelijke gevolgen: het geeft ook onrust en irritatie. Ook is dat slecht voor de gezondheid. Lawaai kan als ongewenst, verstorend en lastig geluid karakteriseert worden. Lawaai is dus geen natuurkundig fenomeen maar eerst psychische processen laten geluid tot lawaai worden. Het feit dat lawaai niet alleen een natuurkundig meetbaar gegeven is maar “van meer” afhankelijk blijkt te zijn maakt een objectieve beoordeling van de storende werking van geluiden zo moeilijk.

Je eigen hond maakt geen lawaai maar blaft alleen!
(uitspraak van Kurt Tucholsky)

Een Traditioneel Limburgse zware ongedempte buks maakt geen lawaai maar alleen schietgeluid als je lid van de schutterij bent!

Geluidsuitbreiding gedempde buks
Luidheidscala
“Luidheid” kan niet gemeten worden! Wat er natuurkundig gemeten wordt is de geluidsdruk, die dan in een geluidsniveau omgerekend en in dB(A) aangegeven wordt. “Luidheid” is niet hetzelfde als geluids-
intensiteit, geluidsdruk of geluidsenergie. Deze begrippen zijn zorgvuldig uit elkaar te houden. Voor schade aan het menselijke oor is de door het geluid overgebrachte energiebedrag bepalend.
– De dubbelde luidheid zal bei een verandering van het geluidsniveau van 10 dB(A) waargenomen worden.
– De dubbelde geluidsdruk zal een verandering van het geluidsniveau van 6 dB(A) betekenen.
– De dubbelde geluidsintensiteit (geluidsenergie) betekend een verandering van het geluidsniveau van 3 dB(A).
Omdat mensen in het algemeen een probleem met de bepaling hebben wat dubbel of drie keer zo luid is de vraag: Bij hoeveel dB(A) is van een drievoudige luidheid sprake? Antwoord: 15,85 dB(A)! Hm…

Dus een verdubbeling van het geluid betekend een verandering van het geluidsniveau met 10 dB(A) waarbij de geluidsdruk maar om 3.16 dB(A) toe neemt.
In de volgende tabel zijn de veranderingen van de geluids-grootheden rekenkundig weergegeven. Uitgangspunt is een omgevingsgeluid van 40 dB(A).
Geluidsgrootheden

Een schot met een ongedempt traditioneel Limburgse buks wordt op 1 meter afstand (kolom 2) met 139.8 dB(A) gemeten. Op 316 meter afstand zal de knal met 90 dB(A) gemeten worden. Dit betekend tegenover het omgevingsgeluid van 40 dB(A) een verandering van het geluidsniveau met +50 dB(A) (kolom 3).
Omgerekend naar luidheid betekend dat voor de betreffende bewoner nog met het tweeëndertig-voudig geluidstoename (kolom 4) geconfronteerd te worden.
Terwijl moet het gehoor op een driehonderdzestienvoudig verandering van de geluidsdruk (kolom 5) reageren en heeft daarbij de honderdduizendvoudig geluidsenergie op te nemen.

Alleen de wisseling van de geluidsdruk beweegt ons trommelvlies en niet de geluidsenergie. De wisseling van het geluidsdrukniveau in afhankelijkheid van tijd en plaats „werkt“ op het trommelvlies en is voor de gevoeligheid van geluid maatgevend.
Het geluidsdrukniveau hangt samen met de geluidsenergie. Als de geluidsenergie of blootstellingsduur verdubbelt, wordt het geluidsdrukniveau met 3 dB verhoogd en omgekeerd. Blootstelling aan geluid is een grootheid die overeenkomt met de hoeveelheid geabsorbeerde geluidsenergie en wordt daarom soms ‘geluidsdosis’ genoemd.
Als het geluidsdrukniveau met 10 dB toe- of afneemt, wordt het geluid doorgaans ervaren als twee keer respectievelijk half zo hard, maar +/- 10 dB kan een 10-voudige vergroting of verkleining van de schadelijkheid voor het oor betekenen! Een persoon met een goed gehoor kan bij benadering een verschil van 1 – 3 dB in geluidsdrukniveau onderscheiden (afhankelijk van de geluidsfrequentie en drukniveau).

Onder staande tabel laat in kolom 1 diverse meetpunten in de omgeving van het geplande schietterrein zien. Als er met een ondedempde traditioneel Limburgse buks wordt geschoten dan kunnen de in kolom 2 getoonde geluidsdrukken worden geregistreerd. Verminderd met de in de handreiking vermelde richtwaarde van 72.5 dB(A) in de avonduren (kolom 3) kunnen de luidheidfactoren (kolom 4) worden berekend. In de nabijheid worden de bewoners volgens de handreiking met een twee tot drievoudige geluidsniveau (rekenkundig gecorrigeerd) geconfronteerd.

Luidheidsfactor

In werkelijkheid is hun omgevingsgeluid niet 72.5 dB(A) maar 45dB(A). Hetgeen betekend aanzienlijk hogere luidheidfactoren van 19 tot 24 en de nabijheid en van 7 tot 11 verder op.

schietpaal te Mheer
Wat over geluidsmeting wetenswaardig is…
Om metingen van het geluid aan ons gehoor aan te passen zijn verschillende filters ontwikkeld. Begin de jaren 60 is de A waarderde scala voor de meting van de geluidsdruk in db(A) internationaal geïntroduceerd. Daarbij was men zich bewust dat de geluidsbelevenis van het gehoor vrij summier wordt benaderd. Het dB(A) filtermeeting is daarom als een indicator bruikbaar voor relatief kleine geluidsniveaus binnen een bepaalde frequentiebereik. Het A-filter corrigeert bijvoorbeeld de basgeluiden en de hoge frequenties. Verder filter zijn de B-,C- en D- filter.

ABC_Filter

Deze filter zijn voor bepaalde bereiken van de decibelscala geoptimaliseerd. Daardoor geven deze filtermetingen beter de waarneming van het geluid voor het menselijke oor weer. Nadeel van de algemeen verbreide meting van de geluidsdruk met een A-filter is dat ongeacht de luidheid de frequentiesamensmelting niet meegenomen wordt.
De A-gewogen curve vormt een grote correctie op de geluidsdrukniveau voor geluiden met een lage frequentie. Geluidsdrukniveau uitgedrukt in dB (zonder frequentiecorrectie) en dB(A), zullen daarom sterk uiteenlopen voor geluiden met sterke componenten met een lage frequentie.
Een kritiek die vaak ten opzichte van de toepassing van geluidsmeting met behulp van dB(A) wordt geuit is: geluiden met lage frequenties worden bij het Traditioneel Limburgse Schieten verwaarloosd. Maar de bereik tussen 20 en 100 Hz is in het frequentiespectrum van het omgevings- en schietgeluid vertegenwoordigd. De correctietabel voor octaafband-frequenties voor A en C gewogen geluidscurven laat dit duidelijk zien.

AenC_Filtercorrectie

Een octaafband is een band, waarbij de hoogste frequentie twee keer zo hoog is als de laagste frequentie. De in de handreiking gedocumenteerde bronvermogens laten eveneens de verwaarlozing van de lage frequentiebereik zien.

De waarneming van het geluid neemt niet proportioneel toe of af met de geluidsdruk en geluidsintensiteit. Het gehoor is niet even gevoelig voor alle geluidsfrequenties. Het gemeten geluidsniveau is daarom niet evenredig aan het waargenomen luidheid.
Met frequentie wordt het aantal voltooide trillingscycli per seconde uitgedrukt. Frequentie wordt gemeten in Hertz (Hz). Hoe sneller de deeltjes trillen, des te hoger is de frequentie van deze trillingen gemeten in Hz.

De frequentie-eenheid die duizend keer zo groot is als de Hertz is de kHz (kilohertz), 1000 Hz = 1 kHz . Een frequentie van 100 Hz betekent dat de trilling van een molecule honderd schommelbewegingen in een seconde voltooit. Als de snelle veranderingen van de druk tussen 20 en 20.000 keer per seconde voorkomen dan is geluid hoorbaar. In de middenfrequenties (frequentiegebied 1 kHz – 4 kHz) is het menselijke oor het gevoeligst.
In de figuur is schematisch het gehoorveld weergegeven, horizontaal de frequentie, vertikaal het geluidsdrukniveau, met daarin de uiterste gevoeligheidscurve (gehoordrempel in stilte) van het normale menselijk gehoororgaan, het spraakgebied, het muziekgebied, de pijndrempel en de lijn die de grens aangeeft waarboven geluid c.q. lawaai schadelijk is voor het gehoor. Het gehoordrempel wordt gedefinieerd bij 0 dB(A) en de pijngrens bij ca. 140 dB(A).

Gehoorveld

De waargenomen luidheid van een geluid wordt door de geluidsdruk en de frequentie (aantal golven per seconde) bepaald. De gevoeligheid voor het geluid volgt niet de ons meest bekende vermenigvuldiging maar een machtvereffening. Omdat ons gehoor zich vrij snel aanpast aan een geluidsniveau kunnen wij verschillen in het geluidsniveau alleen waarnemen als wij deze kort achterelkaar horen. Hoe luid een klank wordt ervaren wordt bepaald door de amplitude. Rond een frequentie van 4000 Hz hoort de mens het beste. Bij lage frequenties is het menselijk oor veel minder gevoelig; bij 100 Hz bedraagt de gehoordrempel ongeveer 28 dB, bij 10 Hz zelfs ongeveer 95 dB. Het geluid wordt bij zulke lage frequenties eerder gevoeld dan gehoord.

Geluidfrequenties

De kleinste hoorbaar verschil is afhankelijk in van het geluidsniveau en de geluidsfrequentie. 1 dB(A) verschil zou net hoorbaar moeten zijn. Waar het oor het meest gevoelig is bij 4Khz en een geluidsniveau vanaf 80 dB(A) kan zelf een verschil van 0.25 dB(A) vastgesteld worden.

Een toename met 10 dB(A) wordt ervaren als twee keer zo sterk geluid. Een afname met 10 dB(A) ervaart men als een halvering van de sterkte. Als het geluid in een woning wordt teruggebracht van 50 naar 40 dB(A), wordt het ervaren als half zo hard. Hetzelfde is van toepassing als van een ongedempte buks overgestapt wordt naar een gedempte Traditionele Limburgse buks.
Maar nieuwe wetenschappelijke onderzoek heeft uitgewezen dat deze vaststelling van verdubbeling van de luidheid niet te dogmatisch gehanteerd moet worden. Eerder is er sprake van een verdubbeling van de luidheid tussen 6 en 10 dB(A).(Richard M. Warren).

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Download Volgende