Geluidsreductie


(3) Geluidsreductie

An Mhaerebaom

1. Schets wettelijke situatie geluidhinder
(Geluidshinder is geen lokaal milieuprobleem)

Inmiddels hebben wij geleerd de felle zon te mijden om huidkanker te voorkomen. Maar wij stellen ons wel graag aan hinderlijke geluiden bloot die ons welbevinden beïnvloeden.
Een meestal voorkomende visie over schietgeluid van schutterijen is dat het “Limburgs Traditioneel Schieten”een hoge geluidbelasting voor de gevels van de omliggende woningen kan betekenen.
Echter vindt het “Limburgs Traditioneel Schieten” maar één keer per week voor korter tijd in de vrije lucht plaats.
Bovendien is het een traditie die door de meeste omwonenden geaccepteerd wordt en daarom niet als schietlawaai beleefd wordt.

Dit soort zienswijzen is een redenen voor vele gemeenten geen aanleiding te zien om hiervoor specifieke beleidregels tbv geluidsreductie vast te stellen. Geluidbeleid wordt daarom in de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) buiten beschouwing te laten.

Een tegengestelde visie hebben mensen die geluidkwaliteit belangrijk vinden en daarvan een eerste indruk willen verkrijgen bij vestiging of verhuizing binnen een bepaalde gemeente of bij het zoeken naar stille woonmogelijkheden.
Er zijn mensen die op grond van de milieuvervuiling in eerste instantie het eetgedrag op bio-producten afstemmen. Weer ander mensen ontvluchten het stedelijke woongebied en kiezen hun levensmiddelpunt opgrond van een indicatie van de geluidskwaliteit in de beoogde woonomgeving. Daarbij kunnen zij gebruik maken van informatie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Indicatieve geluidsbelasting

Die geeft in hun kaarten op meer globale schaal een goed beeld van de geluidskwaliteit van aandachtsgebieden zoals woonkernen, natuur- en stiltegebieden op postcodegebied online ter beschikking stelt.
Deze bevatten de indicatieve geluidbelasting (Lden in dB) voor de dag, avond en nacht voor elke oppervlakte eenheid van 10 bij 10 vierkante meter.
Voor de gemeente Mheer bijvoorbeeld is de geluidsbelasting op zeer goed (<45 dB) vastgesteld. Klik hier.
Zo beschouwd lijkt geluid en geluidsreductie een lokaal milieuprobleem te zijn en moet ook zodanig door de bewoners en het gezag behandeld worden.

Niet iedereen vindt dezelfde geluidsbelasting hinderlijk. Wat voor de een te veel (schiet-)geluid is, hoort de ander nauwelijks. Blootstelling aan de knal uit een grote ongedempte Traditionele Limburgse buks betekend voor hun een kick die eerder het adrenalineniveau verhoogt.

Deze zienswijzen laten de vraag opkomen waarom en wanneer hebben omwonenden eigenlijk last van schietgeluid?
En hoe is dat allemaal in de wet vastgelegd?

Of ontheffing voor het plaatsen van een schietterrein door de gemeente wordt verleend of niet, zou alleen afhankelijk van overwegingen moeten zijn, die enkel op het voorkomen of beperken van geluidhinder gericht zijn. Tenminste zou dit een stelling voor een van geluidsreductie bewust gezag moeten zijn.

2. Herziening Circulaire schietlawaai
In 2006 heeft heeft de overheid de betrokkenen provincies en gemeenten in het kader van de Herziening Circulaire schietlawaai uitleg gegeven waarom het traditioneel Limburgs schieten niet langer onder deze circulaire valt: ” Deze circulaire bevat een beoordelingsmethode voor schietlawaai welke indertijd is opgesteld met gebruik van de resultaten van een onderzoek van TNO…
Omdat de provincie uitgebreid adviseert over de specifiek aan het Limburgs Schieten verbonden geluidsacpecten, wordt de Circulaire Schietlawaai 1979 bij dezen niet van toepassing verklaard op het Limburgs schieten…. Naast de schietinrichtingen in Limburg alwaar men het traditioneel Limburgs schieten beoefent, vallen ook militaire-en politieschietbanen niet onder het toepassingsbereik van deze circulaire, behalve voor de tijden dat deze door burgers worden gebruikt of door militairen of politiepersoneel anders dan in uitoefening van hun beroep. Bij de beoordeling op de toelaatbaarheid van deze schietbanen speelt het aspect van de noodzakelijkheid in het kader van de landsverdediging en de openbare veiligheid een duidelijke rol.

Poalkehouwen zonder geluidsreductie

De provincie Limburg kent het Traditioneel Schieten in Limburg een bijzondere historische en culturele betekenis toe en heeft besloten zelf een handreiking op te stellen met een beoordelingskader welke recht doet aan de bijzondere Limburgse situatie.” (Klik hier)

3. Uitgangssituatie Gemeentelijk geluidbeleid
Op 1 januari 2007 is de Wet geluidhinder gewijzigd. De wijzigingen betreffen zowel de procedures als de inhoud van de wet. Een belangrijke wijziging is dat de bevoegdheid voor de vaststelling van hogere grenswaarden is verlegd van Gedeputeerde Staten naar de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten.

In het kader van de Wet geluidhinder begin jaren 80 zijn geluidszones vastgesteld. Deze geluidszones zijn vastgelegd in de bestemmings- plannen en kunnen dus alleen door middel van een wijziging van het bestemmingsplan worden gewijzigd.
Zo is in het bestemmingsplan van Margraten in hoofdstuk 11 onder punt verkeerslawaai het volgende opgenomen:
“Op 23 april 1996 is de Geluidskaart 1995-2005 vastgesteld. Op basis van deze kaart zijn alleen de Burgemeester Beckersweg , Duivenstraat en Dorpsstraat nog zoneplichtig. De 50 en 55 dB(A)-conturen van de Burgemeester Beckersweg/Mheerderweg liggen op 25 respectivelijk 10 meter uit de achs van de weg. …De inbreidingslocatie op t’ Hövelke III liegt ruimschots buiten de 50 dB(A)-conturen.”Gehoor voor geluidsreductie vatbaarIn de nieuwe Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde van wegverkeerslawaai 48 dB(A). Wanneer de geluidsbelasting hoger wordt dan de voorkeursgrenswaarde en geluid beperkende maatregelen zijn redelijkerwijs niet mogelijk, kunnen hogere grenswaarden worden vastgesteld. Dit wordt ook wel ontheffing genoemd.
In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is vermeld dat hogere grenswaarden zijn beperkt tot een bepaald maximum. De maximaal toelaatbare waarde verschilt per soort geluid en per situatie.

4. Activiteitenbesluit
In 2009 is de Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer (Barim) gewijzigd in die zin dat voor het Traditioneel Schieten er geen geluidvoorschriften meer gelden, met uitzondering van die gevallen waarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld. In de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente zijn daaromtrent geen regels gesteld. Door deze wijziging in de wetgeving is de vergunningplicht komen te vervallen. Dit betekent dat geen milieuvergunning meer nodig is maar dat in plaats daarvan algemene regels gelden. De inrichting blijft wel vallen onder de Wet milieubeheer, waarbij het Activiteitenbesluit van toepassing is.

Onder artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit staat vermeld dat het geluid van Traditioneel Schieten bij het bepalen van het geluidniveau buiten beschouwing wordt gelaten. Hiertoe is het, in tegenstelling tot hetgeen is geconcludeerd in de rapportage van Witteveen+Bos, niet noodzakelijk om een geluidgedempte buks en kogelvanger voor te schrijven.

Bolkes

Geluid is echter bij uitstek een milieuaspect dat betrekking heeft op de directe leefomgeving en voornamelijk een rol speelt op lokaal niveau. Daarom biedt het Activiteitenbesluit mogelijkheden waarmee gemeenten de akoestische normen aan kunnen passen aan wat lokaal wenselijk is.
Daarvoor heeft de VNG een modelverordening opgesteld.
De mogelijkheid voor gebiedsgerichte geluidbeleid wordt geboden en uitgewerkt bijvoorbeeld in de Handreiking industrielawaai en de Handreiking Limburgs Traditioneel schieten.
Ter voorkoming van geluidhinder door het traditioneel Limburgs Schieten kunnen bij gemeentelijke verordening eisen worden gesteld.

In het Activiteitenbesluit is een aantal mogelijkheden voor
individueel maatwerk opgenomen. Het gaat om:
– Het vaststellen van een hogere of lagere norm dan de standaard geluidsnormen;
– Het vaststellen van voorzieningen en gedragsregels bereiken dat aan de geluidsnormen wordt voldaan.
– Een regeling voor andere activiteiten dan festiviteiten.
– Het vaststellen van maatwerkvoorschriften om indirecte geluidhinder te voorkomen. Op grond van de zorgplichtbepaling. (Klik hier)

5. Activiteitenbesluit: Recente historie
De ontwikkeling van het Activiteitenbesluit vindt plaats in het kader van het meerjarenprogramma “Herijking VROM-regelgeving”.. De eerste en tweede tranche zijn inmiddels in werking getreden. In 2010 is een vervolgonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in het aantal inrichtingen per bedrijfstak dat na de eerste en tweede fase nog vergunningplichtig is.
De derde tranche treedt naar verwachting op 1 januari 2013 in werking. In de derde tranche zal in ieder geval ook de bedrijfstak: Schietinrichtingen (schietbanen en paintball) aan de orde komen.
Naast de derde tranche, zijn er veel andere ontwikkelingen die leiden tot aanpassingen in het Activiteitenbesluit. Gerekend wordt in 2013 met een reparatiebesluit in die enkele fouten en omissies in het wijzigingsbesluit van 15 november 2010 hersteld zullen worden.

6. Handreiking Limburgs Traditioneel Schieten
Voor nieuwe inrichtingen wordt conform de circulaire traditioneel schieten uitgegaan van een correctiefactor van 50 dB(A). Een ontheffing is in deze situaties uitsluitend mogelijk wanneer door het treffen van maatregelen geen verdere geluidsreductie meer mogelijk is. Wij achten dit toelaatbaar vanuit de gedachte dat bij nieuwe inrichtingen de maatregelen initieel beter afgestemd kunnen worden op de toelaatbare geluidsimmissie. Lknal wordt bepaald door metingen.
Nieuwe inrichting:Lknal ≤ ½ * Lomg + 50 (Lomg = omgevingsgeluid)

Oordop  geluidsreductie
De metingen worden uitgevoerd in de stand ‘impuls’ met gelijktijdige ‘A’-weging. Verder zijn er niet meer dan 120 schoten per uur toelaatbaar. Verondersteld wordt dat de hinderfrequentie (voor bewoners) maximaal 4 % zal bedragen, hetgeen zeer laag is in relatie tot andere geluidsbronnen. De verwachte mate van (ernstige) hinder daarbij is nihil, volgens de handreiking!

7. Inherente afwijkingsbevoegdheid voor her gezag
“Het bevoegd gezag kan gemotiveerd afwijken van de toetsingswaarden. Hierbij gaan onze gedachten uit naar de onderstaande situatie, waarbij is aangesloten bij hetgeen hierover in de Circulaire traditioneel schieten is bepaald:

– geluidsbelasting niet meer dan 3 dB(A) toe,

– vigerende activiteiten mogen niet in omvang zijn toegenomen,

– de activiteit vindt niet plaats in of nabij een stiltegebied, zoals
opgenomen in de provinciale milieuverordening.

Rozebril geluidsreductie

Bij het treffen van maatregelen voor geluidsreductie kan worden gedacht aan:
1. de situering van het terrein ten opzichte van gevoelige objecten.
Het situeren van een schietterrein op voldoende afstand van de dichtstbijgelegen geluidgevoelige bestemmingen (woningen) is van groot belang. Door voldoende afstand te houden, blijft de Lknal binnen hetgeen toelaatbaar is.

2. de oriëntatie van het terrein in verband met de richtingsgevoeligheid van de geluiduitstraling.
De richting van het schietterrein ten opzichte van de woningen kan zo mogelijk worden geoptimaliseerd. De geluiduitstraling van de buksen is namelijk in voorwaartse richting aanmerkelijk hoger dan in achterwaartse richting.

3. de toepassing van geluidgedempte voorzieningen.
Door het toepassen van voorzieningen als gemodificeerde buksen en gedempte kogelvangers is een aanmerkelijke geluidsreductie van Lknal te realiseren.

4. de toepassing van maatregelen in de overdracht.

Schutter voor geluidsreductie vatbaar

Afschermende maatregelen nabij de schutter kunnen in sommige situaties een extra reductie van de geluiduitstraling opleveren. Doorgaans is deze maatregel minder effectief bij de toepassing van een kogelvanger, aangezien de geluiduitstraling van de inslag van de kogels op deze hooggelegen niet afgeschermde bron dan in de meeste gevallen maatgevend wordt.” (tekst uit Handreiking)

8. Oude referentie Handreiking Industrielawaai
In het verleden is vaak voor de beoordeling van een verstrekking van vergunningen voor schietterreinen de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening veel door het gezag toegepast. Hoewel deze ziens 2006 volgens rechterlijk besluit (NR.200510040/1 Weert) niet meer toegepast hoeft te worden op het Traditioneel Limburgs Schieten zal toch op enig verschil op daarin toegepaste Streef- en grenswaarden gewezen worden.
In de bij vergunningverlening veel toegepaste Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening wordt sterk aanbevolen om de maximale geluidsniveaus in ieder geval niet hoger te laten zijn dan 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode.
In de dag- en nachtperiode is er onder voorwaarden een ontheffing van deze grenswaarden met 5 dB mogelijk. Voor de ontheffing in de nachtperiode tot 65 dB(A) is het van belang dat er sprake is van een bestaande, vergunde en noodzakelijke activiteit.
Voor nieuwe inrichtingen (oprichtingsvergunningen) kan dus geen gebruik worden gemaakt van de ontheffingsmogelijkheid.
Vreemd genoeg is er op grond van de Handreiking Industrielawaai in de avondperiode geen mogelijkheid voor het verlenen van een ontheffing van de grenswaarde. Daar blijft de grenswaarde dus 65 dB(A) in de avondperiode.
De Handreiking geeft verder aan dat het opnemen van grenswaarden voor het LAmax die lager zijn dan 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode niet zinvol is. In de gemeentelijke modelverordening van VNG is doorgaans bepaald, dat geluidsproductie in de openbare ruimte geen overlast mag veroorzaken.
Bedoeld worden daarmee ook stiltegebieden naar die in de modelverordening van de VNG uitdrukkelijk wordt verwezen:

9. Resumé:
Voor het vaststellen van de grenswaarde van een specifiek gebied moet het heersende geluidsniveau (referentieniveau) als uitgangspunt gehanteerd worden. Door rekening te houden met ontwikkelingen die van invloed zijn op het heersende geluidsniveau, kan een grenswaarde worden vastgesteld die maximaal 5 dB(A) hoger is dan het heersende geluidsniveau.

Voor stille landelijke gebied en en gebieden voor extensieve recreatie hanteert de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening een grenswaarde voor geluid van 40 dB(A) voor de dag situatie.

Voor landelijke gebieden met veel agrarische activiteiten geldt een grenswaarde van 45 dB(A). De laatste grenswaarde wordt ook gehanteerd in het Besluit Landbouw.

Volgens het Besluit Landbouw (artikel 1.1.2), maximaal 5 dB(A) bovenop de wettelijke grenswaarde van 45 dB(A) zal maximaal 50 dB(A) als boven grens betekenen.
Deze extra geluidruimte mag uitsluitend worden gebruikt als na toepassing van de best beschikbare technieken (zoals: 1. lokatie, 2. lichte, gedempte buks, 3. gedempte kogelvanger, 4. aanplanting), niet kan worden voldaan aan het vastgestelde referentieniveau (richtwaarde).

De plaatsing van een schietboom en kogelvanger in het buitengebied An Mhaerebaom kan volgens artikel 110a lid 5 aan de Wet geluidhinder geen hogere grenswaarden dan 45 dB(A) toegewezen worden.
Voor de woningen in het gebied gelegen in de omgeving van de schietboom en kogelvanger kan geen hogere grenswaarden toegewezen worden dan:

* 55 db(A) in de dagperiode….. (07:00-19:00 uur),
* 50 dB(A) in de avondperiode… (19:00-23:00 uur.

De geluidsbelasting wordt veroorzaakt door:
*enerzijds de enkelvoudige knal van de niet gedempte zware buks,
*anderzijds door de herhaalde knallen van het achterelkaar schieten en
*de knallen door de inslag van de kogels op de hoogstgelegen geluidsbron (kogelvanger).

Deze conclusie vraagt om een oplossing hoe de geluidsoverlast door het schieten van de schutterij “Sint Sebastianus Mheer” naar een aanvaardbaar niveau teruggebracht kan worden.

Geluidsgolven
De schutterij heeft alleen de zware Traditionele Limburgse ongedempte buksen in gebruik. Daarmee zal op de locatie “An Mhaerebaom” op een ongedempte kogelvanger geschoten worden.

Mogelijkheden om het geluid aan de bron terug te brengen bestaan.
Zo kan men het algemeen bekende geluidsniveau van een niet gedempte buks van 140 dB(A) door de gebruik van een gedempte buks van 131 dB(A) verminderen.
Daardoor wordt het brongeluid van de buks niet alleen naar voren om 11 dB(A) maar ook zijwaarts om 11 dB(A) en achterwaarts om 14 dB(A) terug gebracht.

Van zelfsprekend zou de kogelvanger eveneens gedempt moeten zijn om het dempende effect van de buks niet ongedaan te maken. Afhankelijk van de gedempte kogelvanger kan het geluid naar voren om naar 4 dB(A) en zij- en achterwaarts om 12 dB(A) tegenover een ongedempte kogelvanger teruggebracht worden.

Geluidsuitbreiding gedempde buks
Voor de visualisering van het uitgaande brongeluid van een zware gedempte buks wordt de geluidsuitbreiding instappen van 5 dB(A) getoond. Net zo als bij de geluidsuitbreiding van een zware ongedempte buks wordt de geluidsuitbreiding in geluidzones E – J weergegeven.
De karakteristiekste vorm van de geluidsuitstraling lijkt vergelijkbaar met die van een niet gedempte buks. Maar vanwege de demping zijn geluidswaarden niet alleen lager maar tonen ook de voor- en achterwaartse bronvermogens grotere verschillen ten opzichte van zijwaartse bronvermogens van de buks.
Voor de bewonder in de geluidzone E (bijvoorbeeld aan de Burg. Beckersweg, eerder geluidszone A) wordt het knalgeluid om 10 dB(A) verlaagd en daarmee dubbel verminderd waargenomen. Het zelfde fenomeen is voor iemand in de geluidzone I (bijvoorbeeld Jonge Hagen, achterwaarts tot 550 meter) door de verlaging van de 75 dB(A) naar 65 dB(A) van toepassing. Maar voor het stiltegebied blijft met ca. 25 dB(A) een onacceptabel overtreding van de vereiste 40 dB(A) omgevingsgeluid bestaan. Het knalgeluid (piek geluidsbelasting) van de meeste woonwijken in Mheer is eveneens met 10 dB(A) naar 60 dB(A) verlaagd.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Download Volgende