uitspraak rechtbank

    verkorte en van commentaar voorziene versie van
    uitspraak rechtbank van 10.07.2015 (16.07.2015)

    Gelet op de betrokken belangen is de voorzieningenrechter bevoegd, op verzoek een voorlopige voorziening te treffen indien onverwijlde spoed dat vereist, zo de officiële leesaard. De volgende overwegingen heeft de voorzieningenrechter tot de uitspraak gebracht niet een voorlopige voorziening in te willigen.

    De verzoekende partij verbaast het met welke argumenten de rechter hun verzoek afwijst. Gelet op de voorgeschiedenis en uitspraken in eerdere rechtsprocedures van deze casus, de aangereikte expertises, de persoonlijke toelichting van de geluidsexperten en betrokken personen had men eerder een inwilliging verwacht.

    Bij het nader bezien van de rechterlijke argumentatie wordt de indruk tijdens de rechtszaak geweckt, dat men net zo als de intergemeentelijke adviescommissie van de inhoudelijke problematiek van het LTS “geen kaas heeft gegeten.” uitspraak rechtbank Nu wordt van juridisch deskundigen beweerd, dat men als rechter ook geen expert op het gebied van geluidshinder hoeft te zijn. Daarvoor is men als rechter in de gelegenheid gesteld, zich te laten adviseren, alvorens hij of zij tot een uitspraak komt. Maar dit lijkt niet van toepassing te zijn voor een voorzieningenrechter. Die moet spoedig tot een uitspraak komen:

  • 10. De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of de aan het besluit van 23 januari 20 IS verbonden voorschriften voldoende waarborg bieden dat de schietboom en/of de activiteiten die gepaard gaan met het gebruik van de schietboom, geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor de woning van verzoekers thans niet kan worden beantwoord. Dit vergt nader onderzoek waarvoor de onderhavige procedure zich niet leent.

  • Zo bezien stelt zich de lezer onmiddellijk de vraag waarop kan dan de uitspraak van de rechtbank berusten om de betrokken partijen aan hun recht te helpen. Opheldering brengt de volgende passage:

  • 11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van de schutterijbij het niet inwilligen van het verzoek van verzoekers dient te prevalerenboven het belang van verzoekers bij schorsing van het bestreden besluit enoverweegt daartoe het volgende.

  • Men zou nu kunnen concluderen, dat hier voor de schutterij partij wordt gekozen, maar dat blijkt op het eerste gezicht niet het geval te zijn:

  • 12. De voorzieningenrechter heeft allereerst in aanmerking genomen het aantal trainingen op de projectlocatie en de frequentie waarmee dit jaar aldaar nog zal worden geschoten….

  • Zoals in de uitspraak van de rechtbank vermeld is eén wekelijkse reguliere training in drie aaneengesloten uren op een vast tijdstip tussen 07.00 uur en 21.00 uur, mogelijkerwijs één evenement (kampioenschap van Mheer) en hooguit één à twee extra trainingen als geluidshinder voor de buurt te “verwaarlozen”. Als de lezer even wil meerekennen: als aan 24 seizoenweekeinden (April-September) op vrijdag uitspraak rechtbank
    beginnend aan 38 dagen tijdens 150 uren maximaal 18.000 schoten voor geoorloofde geluidsoverlast in een landelijk gebied mogen zorgen, dan betekent dit vanaf de uitspraak nog aan hooguit 14 dagen tijdens 42 uren maximaal 5.040 knallen te horen. Dus bijna een derde van het seizoen wordt de schutterij nog in de gelegenheid gesteld voor geluidsoverlast te zorgen, omdat “de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om te oordelen dat de schutterij zodanige hinder zal veroorzaken.”

    Bovendien kan de voorzieningenrechter nog kennis geven dat in de omgevingsvergunning een middelvoorschrift met betrekking tot de kruitdosering is opgenomen:

  • 13. …, terwijl het is toegestaan hiervan af te wijken onder de voorwaarde dat de Lknal gelijk is aan of lager bedraagt dan de waarde voor de ongemodificeerde buks,…

  • Dat dit een waardeloze vermelding is omdat nooit het geluid maar hooguit de snelheid van de kogel gemeten wordt, is de voorzieningenrechter blijkbaar door de toelichting van de schutterij tijdens de zitting helemaal ontgaan.

    Ook levert het aanhalen van de omgevingstypering geen essentiële bijdrage als bewijs voor de juistheid van de uitspraak van de voorzieningenrechter:

  • 13…. dat in het onderzoeksrapport dat bij de omgevingsvergunning behoort op juiste wijze de omgevingstypering is vastgesteld.

  • Deze omgevingstypering moest de gemeente corrigeren als de enige juiste omgevingstypering erkennen in een eerdere rechtsprocedure dankzij de tussenkomst van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB).
    Evenmin onderbouwend is de uitspraak van de voorzieningenrechter met het aanhalen van het volgende citaat uit het akoestisch onderzoek van Witteveen en Bos dat:

  • 13…, de bronwaarden van – onder andere – de gedempte kogelvanger in alle richtingen vast te stellen, en is de differentiatie van de bronnen in de diverse richtingen in het rekenmodel betrokken.

  • In hetzelfde rapport valt ook te lezen, dat men de bronwaarden van de kogelvanger niet heeft kunnen meten. Daarom worden verouderde kengetallen uit de HLTS in het rekenmodel gebruikt. De geluidswaarden worden bovendien door de introductie van een meteocorrectie-term (Cm) in het rekenmodel ten voordele van de gemeente opgevoerd. Dat heeft de voorzieningenrechter blijkbaar over het hoofd gezien hoewel het in het bezwaarschrift en bijbehorende tegenexpertise geschreven staat. Bovendien is het onjuiste gebruik van de correctie tijdens de zitting aan de orde geweest.

    Welke rol de volgende vaststelling speelt bij de bepaling van het standpunt van de voorzieningenrechter kan men ook alleen gissen:

  • 13… Niet is betwist dat op de projectlocatie (reeds langer) een gedempte kogelvanger aanwezig is.

  • In der daad is de gedempte Kogelvanger samen met de schietpaal geplaatst, hoewel het eerst de bedoeling was een ongedempte kogelvanger te plaatsten. uitspraak rechtbankIn een eerdere rechtszaak zijn bezwaarvoerders ermee akkoord gegaan, om toewijzing van de subsidie aan de schutterij niet te blokkeren. Voorwaarde was toen, dat de schutterij geen gebruikt maakt zolang niet duidelijk is dat het LTS in Mheer geen onaanvaardbaar geluidshinder veroorzaakt. Dat de gemeente vervolgens zondermeer een omgevingsvergunning verstrekt, waardoor weer een rechtsgang voor voorlopige voorzieningen moest worden aangevraagd waardoor het schieten gestaakt moet worden. Aansluitend is de omgevingsvergunning in de beroepsprocedure vernietigd.

    Ook nu, op een derde akoestisch rapport van de gemeente verstrekte nieuwe omgevingsvergunning, voorlopige voorzieningveroorzaakt de gedempte kogelvanger nog steeds meer geluidshinder dan de verplicht omkaste buks. Hoewel van omkasting nauwelijks sprake kan zijn gelet op de Vuvuzela-achtig voorzet. Maar de kogelvanger verzamelt wel, zoals oorspronkelijk door de wetgever is bedoeld, de verpletterde loodkogels. Daarmee een bijdrage leverend aan het milieu.

    In de laatste paraaf wordt verantwoording genomen in plaats van ‘de aap niet op de schouder te laten springen’:

  • 14. Ofschoon de voorzieningenrechter thans niet in extenso kan beoordelen in hoeverre het akoestisch onderzoek op deugdelijke wijze is uitgevoerd, kan op voorhand uitspraak rechtbankniet worden geoordeeld dat verweerder het bij de aanvraag behorende akoestische onderzoek niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Gelet hierop, gegeven de aan het besluit verbonden voorschriften en de periode waarin de schutterij nog mag schieten dit jaar,ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te oordelen dat de schutterij zodanige hinder zal veroorzaken dat thans in verband daarmee het verzoek om voorlopige voorziening moet worden ingewilligd. De voorzieningenrechter zal dan ook het verzoek afwijzen.
    … Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Het is een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in deze sinds 2011 aanhangende zaak. Er volgt nu een beroepsprocedure waarbij niet alleen de rapportage van één partij geciteerd zal worden. Gelet op de uitkomsten van de tegenexpertise van het akoestisch rapport van Witteveen en Bos zal voor de beroepsprocedure meer op de feitelijke situatie ter plaatse gelet worden. Inhoudelijk deskundige expertise en advies van het bureau StAB zal voor de cruciale aandachtpunten van de geluidsoverlast door het LTS zeker een bijdrage leveren.

Het is geen kwestie van ongegrond optimisme, dat de afwijzingen van de intergemeentelijke adviescommissie en de voorzieningenrechter, als gevolg een beroepsprocedure heeft. De aan natuurwetten onderhavige geluidsoverlast van technische constructies zoals buksen en kogelvanger, kan men niet met akoestische rekentrucs op den duur in zijn voordeel toerekenen. Alleen na deugdelijk meten van het daadwerkelijke geluid ter plekke zonder toepassing van de bekende rekentrucs kan recht gesproken worden.

UITSPRAAK RECHTBANK OOST-BRABANT …. lees hier verder!

VOORLOPIG VOORZIENING

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *